Zandstrooien in Lommel

Hoe Theo Grobben het zandstrooien ontdekte.

De eerste aanzet kreeg Theo toen hij 13 à 14 jaar oud was en naar school ging in het Salvatorcollege in Hamont. In die tijd namen de leerlingen er actief deel aan de processie. Theo herinnert zich hoe hij mee in de stoet over een zandtapijt liep en hoe mooi hij dat vond. Sinds de jaren 1850 was het -ook buiten Limburg- de gewoonte om op straat zandtekeningen als versiering aan te brengen op feestelijke gebeurtenissen zoals een processie. Zulke tekeningen werden ook binnenshuis aangebracht, rond de kachel/haard, op de vloer… als er bijzonder bezoek verwacht werd. Het waren patronen van wit zand dat gestrooid werd met een gevouwen papier. Of ze werden na het zandstrooien met de vinger gemaakt. De figuren waren bloemen, korenaren… en vervingen een echt tapijt omdat men daarvoor te weinig geld had.  Eerder werd wit zand in boerenhuizen en herbergen eveneens al gebruikt als schoonmaakmiddel: wit zand absorbeert immers vocht en vuil.

De tweede aanzet kreeg Theo toen hij de wedstrijd zandstrooien won die het Salvatorcollege organiseerde. Voor het zandstrooien moet je goed kunnen tekenen, de basisbeginselen van de kleurenleer kennen, veel geduld hebben en met vaste hand het zand gelijkmatig kunnen strooien op zo’n 2 mm dikte. Theo blonk/blinkt uit in al deze gaven. Toen hij in de lagere school zat, publiceerde Zonneland al een tekening van hem. Hij volgde overigens ook 7 jaar academie in Overpelt. 

potjes met kleurstoffen, wit zand (midden), kwartszand (rechts) en ziftje om het zand te strooien

Het ontstaan van de wedstrijd zandstrooien in Lommel.

In 1891 ontdekte men in Lommel een van de fijnste zandsoorten van Europa in het gehucht Kattenbos, en Lommel werd hét dorp van de zandwinning. Nu nog is het zandbedrijf SIBELCO er wereldleider in de ontginning en conditionering van de fijnste zandsoorten. Theo verhuisde van Opglabbeek (nu Oudsbergen) naar Lommel en leerde er Walter Engelen kennen via zijn werk als leraar wiskunde. Ze ontdekten hun gezamenlijke passies: wiskunde en zandstrooien. Beiden wilden meer aandacht voor de bijzondere zandwinning in Lommel en zo organiseerden ze in 1981 in samenwerking met de toeristische dienst van Lommel de allereerste zandtapijtenwedstrijd. Het werd het een jaarlijks evenement dat op 40 jaar tijd resulteerde tot een 1000-tal zandtapijten, waarvan er helaas maar een tiental, gerestaureerd door Theo, zijn overgebleven.  Vanaf 1990 werd er jaarlijks ook een groot zandtapijt gestrooid van 60 tot 100m². In het totaal is er zowat 2000m² zandtapijt gestrooid. Daarvan is er helaas niets overgebleven, enkel wat voorbereidende schetsen. Sinds corona in 2019 zijn er geen grote zandtapijten meer gestrooid. Nu, in 2024, is Walter Engelen inmiddels overleden en Theo is 82. Met heimwee denkt hij terug aan de prachtige werken die de wedstrijden opleverden en vindt hij het uitermate jammer dat er helaas bijna niets van overbleef van 40 jaar zandtapijtenwedstrijd en 30 jaar grote zandtapijten.

een geplooide bankkaart als strooimiddel
gekleurd zand in botervlootjes

Hoe verliep de wedstrijd zandstrooien?

Aanvankelijk lanceerden Theo en Walter samen met de toeristische dienst van Lommel een oproep aan de winkeliers om in hun etalages ruimte vrij te maken voor de zandtapijten. De deelnemers aan de wedstrijd werden in vier categorieën ingedeeld: kinderen, jongeren, amateurs en kunstenaars (beeldhouwers, schilders…). De participerende winkeliers konden kiezen voor welke categorie ze plaats wilden maken. Voor kinderen werden de werken beperkt tot 40×50 cm, voor de anderen was dit gemiddeld 60x80cm. De grote zandtapijten werden gestrooid  in het cultuurcentrum De Adelberg.

Om de leerlingen voor te bereiden op het zandstrooien gaven Theo en Walter demonstraties en veel uitleg. Ze moesten heel wat misverstanden wegwerken zoals het idee dat zandschilderingen met een penseel worden aangebracht. En ja, je kan werken op doek!  Zij zorgden ook voor harslijm en vooraf gekleurd Wicca-zand (van SIDEC uit Mol). Dit zand heeft het voordeel dat je erg proper kan werken want als je zand zelf moet kleuren veroorzaakt dat veel stof. Bovendien kan je door de lijm het werk enigszins bewaren , en dat apprecieerden de ouders en kinderen ten zeerste.

verfpistool waarmee Theo Grobben lijm vernevelt

De tentoonstelling van de ingezonden werken liep in de zomermaanden; aanvankelijk moest de jury ze dus in alle deelnemende handelszaken gaan bekijken. De voorzitter van de jury was o.a. Theo Joosten, nadien opgevolgd door Theo Grobben. Andere juryleden waren kunstenaars, iemand van de toeristische dienst van Lommel en iemand van SIBELCO. De prijsuitreiking werd telkens bijgewoond door een honderdtal mensen, waaronder alle deelnemers, en ouders en grootouders van de kinderen.  Prijzen waren cadeaucheques van de toeristische dienst of kristal van Val St Lambert.

Kwartsminiatuur van Theo Grobben

In latere jaren werden de zandtapijten voor de wedstrijd tentoongesteld in het cultuurcentrum en vanaf 1985 liep de wedstrijd volgens een bepaald thema, bv. het jaar van de jeugd (1985), Lommel 1000 jaar jong (1990), 150 jaar Kempens kanaal (1993), Kermis in Lommel (2002) enz. De toeristische dienst startte ook met een “Dag van het Zand”, met als één van de talrijke activiteiten: het strooien van een zandtapijtje, dat Theo samen met andere vrijwilligers afwerkte met lijm.

Hoe evolueerde de kunst van het zandstrooien?

Ook al worden er nog wat werken (vooral van kinderen) in Lommelse huizen bewaard, toch is er veel verloren gegaan. Daarom heeft Theo naarstig gezocht naar een middel om een zandtapijt vast te leggen. Pogingen met haarlak, vernis en houtlijm lukten niet. Via ACB (Lummen) en SIDEC (Mol) kwam hij op het idee om het werk te benevelen met lijm uit een spuitpistool en… dat lukte wel!

Theo kreeg wel negatieve kritiek op zijn pogingen om werken te ‘verlijmen’. Men vond het niet eerlijk omdat die werken rechtop gezet en opgehangen kunnen worden. Toch vond hij deze kritiek onterecht: indien ze de vroegere werken hadden kunnen bewaren, dan zouden we ze nog altijd kunnen bewonderen en dan zou het makkelijker zijn om de geschiedenis van het zandstrooien te reconstrueren. Want hij ziet wel degelijk een evolutie. Zijn werken werden bijvoorbeeld meer en meer abstract. Hij experimenteerde met en introduceerde ook nieuwe technieken, onder andere om oude werken te restaureren. Theo begon in 2006 ook met kwartszand van SIBELCO te schilderen. Wit zand ontstaat door kwartszand te verhitten tot ongeveer 1500°C en nadien te filteren. Voor grote werken gebruikt Theo kwartszand en wit zand. Het wit zand wordt gezift op 0,3mm. Zo ontwikkelde hij een zeer bijzondere techniek die alleen hij beheerst. Het werk dat hij op deze manier maakt, noemt hij “kwartserel” (naar analogie met aquarel).  In 2007 liet hij er zelfs een speciale ijzeren mal voor maken van 12x15x3cm en in het Glazen Huis werd hierin glas  gegoten. Zo ontstonden zijn “kwartsminiaturen” op glas . De kleinste kwartsminiaturen meten 3x4cm en hij verwerkte die onder meer in sleutelhangers.

Lommelse Sahara 2005

Theo bleef zoeken naar verbeterde bewaartechnieken. Hij ontdekte dat bewaren erg goed lukt met UV-lijm en UV-stralen van een gezichtsbruiner! Daardoor slaagde hij erin om kwartserellen zo te maken dat ze buitenshuis (zelfs in een park of tuin) opgehangen kunnen worden zonder iets van hun kwaliteit te verliezen, ondanks regen en wind.

15j Lommelse zandkoek Theo Grobben

Zandschilderen: makkelijk of moeilijk, uitdovend of volop levend?

Een zandschilder moet een goede tekenaar zijn, de kleurenleer kennen en een vaste hand hebben. Een groot zandtapijt vereist minimaal 2 schilders en het is vrij pijnlijk, want je moet op je knieën werken. Een zandschilder heeft ook veel ruimte nodig, onder meer om alle vooraf gemaakte kleuren te stallen.

Het gebruikte  materiaal is vrij eenvoudig:  een geplooide bankkaart, koffie-/theeziftjes, boterpotjes, pipetjes… Verder heb je uiteraard veel zand nodig (wit en/of kwartszand) en kleurpigmenten uit mineralen of kristallen of uit natuurlijke of synthetische bronnen. Op internet staan heel wat  mogelijkheden om met zandschilderen aan de slag te gaan, zelfs in 3D of met ‘bewegende’ werken. Er is duidelijk interesse en een markt voor. Er bestaan echter nergens opleidingen voor  zandschilderen, in tegenstelling met aquarellen, want dat kan je in het kunstonderwijs wel leren.

Theo hoopt zijn kennis en ervaring met het ‘kwartserellen’ en het zandschilderen nog te kunnen delen en door te geven. Hij slaagde erin om naam te verwerven met zijn zandtekeningen, zelfs tot ver buiten Lommel: hij maakte onder meer in 2019 nog zandtapijten in Blankenberge naar aanleiding van 75 jaar Suske en Wiske en een 3D zandtapijt in het Kursaal van Oostende. Theo  heeft overduidelijk iets zeer unieks ontwikkeld en hij wil dat graag nalaten aan de volgende generaties. Hij is terecht fier dat hij iets kan maken met het zand dat de Maas ooit heeft aangebracht, hij heeft grenzen verlegd en kan mensen verwonderen met deze kunst. Voor hemzelf brengt zandschilderen rust; het doet hem alle zorgen vergeten.

Toerisme Lommel wil de wedstrijd zandstrooien nieuw leven inblazen en dat doet Theo veel plezier. Want de unieke zandwinning in Lommel verdient alle aandacht, niet alleen op economisch vlak maar ook in de kunst. Hij hoopt dat er weer jaarlijks nieuwe mensen zullen ontdekken wat je met dit bijzondere zand van Lommel kan, en dit zowel in kleine als grote zandtapijten, kwartserellen en kwartsminiaturen.

Interview door Renilde Reynders op 8 mei 2024 met Theo Grobben, de 82-jarige zandkunstenaar uit Lommel.

Wie de kunstwerken van Theo wil bekijken, kan ze na afspraak zien bij hem thuis, Zilleweg 21 in Lommel. Theo’s grootste werk is het “Sahara project” uit 2005. Het omvat 8 panelen van 2x1m (totaal 16m²), geschilderd met kwartszand. Het bevindt

Plaats een antwoord

Gerelateerde berichten

Limburgs Volkskundig Genootschap